Bedenktermijn vaststellingsovereenkomst en het schriftelijkheidsvereiste

Als tussen werkgever en werknemer afspraken zijn gemaakt over de beëindiging van het dienstverband en de afspraken schriftelijk zijn vastgelegd, dient de werkgever zich er van bewust te zijn dat de werknemer op grond van de wet zonder opgave van redenen deze overeenkomst alsnog schriftelijk kan ontbinden. Daarvoor heeft de werknemer binnen 14 dagen de tijd (of zelfs drie weken als de bedenktermijn niet in de overeenkomst is opgenomen). Dat is de zogeheten bedenktermijn.

Het is de vraag wanneer deze bedenktermijn ingaat. Is dat het moment waarop partijen al dan niet bijgestaan door een advocaat overeenstemming bereiken of wordt er gerekend vanaf het moment waarop partijen de vaststellingsovereenkomst hebben ondertekend? Uit de praktijk blijkt namelijk dat het moment van overeenstemming en de daadwerkelijke ondertekening niet gelijker tijd plaatsvindt. Het komt vaak voor dat de overeenstemming op het einde van de maand, en soms zelfs op de laatste dag van de maand, wordt bereikt waarna er nog getekend moet worden. In sommige gevallen blijft ondertekening van de overeenkomst zelfs uit.

Dat was ook het geval in een zaak dat ter beoordeling voorlag aan de kantonrechter uit Bergen op Zoom. Werkgever had het voornemen om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen en heeft aan de werknemer een concept vaststellingsovereenkomst gestuurd. Op 28 november 2016 heeft de advocaat van de werknemer per e-mail bevestigd dat werknemer akkoord gaat met het voorstel. Ondertekening blijft echter uit. Op 13 december 2016 heeft de gemachtigde van werknemer aan werkgever medegedeeld dat werknemer niet instemt met de beëindiging en dat er geen overeenstemming is bereikt. Werkgever verzoekt de kantonrechter vervolgens om voor recht te verklaren dat de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst op grond van de vaststellingsovereenkomst per 1 april 2017 eindigt.

De kantonrechter is van oordeel dat het schriftelijkheidsvereiste van de bedenktermijn niet zover gaat dat die termijn pas gaan lopen nadat partijen de beëindigingsovereenkomst hebben ondertekend. De kantonrechter is met andere ambtsgenoten van oordeel dat met akkoordverklaringen per e-mail voldaan kan worden aan het schriftelijkheidsvereiste. De kantonrechter vindt dat uit de e-mailcorrespondentie tussen partijen blijkt dat zij op 28 november 2016 overeenstemming hebben bereikt. De werknemer heeft dus te laat gebruik gemaakt van de bedenktermijn en de arbeidsovereenkomst eindigde op grond van de vaststellingsovereenkomst.

Er is in de rechtspraak en literatuur enige tijd discussie geweest over de vraag hoe strikt het schriftelijkheidsvereiste dient te worden uitgelegd in het kader van de aanvang van de bedenktermijn. Inmiddels lijkt een lijn zichtbaar: een daadwerkelijke handtekening onder een vaststellingsovereenkomst is niet vereist. Een andere vorm van akkoordverklaring – waaronder dus een mail van een advocaat die namens de werknemer optreedt – volstaat. Een handtekening onder de vaststellingsovereenkomst heeft echter nog wel altijd de voorkeur.

Vraag over deze blog?

Heeft u een vraag over deze blog? Maakt u dan gebruik van ons vragenformulier en stel geheel vrijblijvend uw vraag.