neem contact met ons op 085 773 20 85

ALLES OVER PROCESRECHT

Het civiel (ofwel burgerlijk) procesrecht regelt simpel gezegd de spelregels die gelden in en rondom gerechtelijke procedures tussen natuurlijke- en rechtspersonen onderling. Denk daarbij aan regels die bepalen:
  • op welke wijze een procedure gestart moeten worden (door het uitbrengen van dagvaarding of juist een verzoekschrift)
  • waar een geschil voorgelegd moet worden (de kantonrechter of rechtbank)
  • wie een geschil kan en mag voorleggen
  • aan welke vereisten een processtuk moet voldoen
  • hoe een procedure verloopt met bijbehorende (soms fatale) termijnen
Het is van groot belang dat een procedure tijdig, op de juiste wijze en door de daartoe bevoegde partij aanhangig wordt gemaakt bij de juiste instantie. Wanneer de spelregels niet in acht worden genomen kan dit grote, soms fatale gevolgen hebben.

DAGVAARDING

Hoewel een civiele procedure kan ingeleid worden met een verzoekschrift, worden veruit de meeste procedures ingeleid met een dagvaarding. In de dagvaarding – die veelal wordt opgesteld door een advocaat – wordt namens de eiser aangegeven wat hij/zij van een gedaagde vordert en waarom. Verder wordt in de dagvaarding aangeven waar en wanneer de gedaagde partij moet verschijn en of hierbij het inschakelen van een advocaat verplicht is.

RECHTBANK OF KANTONRECHTER

In veel zaken is de kantonrechter bevoegd kennis te nemen van een geschil, namelijk onder nadere wanneer het:
  • een geldvordering tot € 25.000,- betreft
  • een arbeidsrechtelijk geschil betreft
  • een huurgeschil betreft
  • een zaak is waarbij de eisende partij een consument is

Bij de kantonrechter is het niet verplicht om als (eisende of gedaagde) partij een advocaat in te schakelen. Dat is anders bij zaken waar de rechtbank bevoegd is. Zowel de eisende als een gedaagde partijen moeten zich laten bijstaan door een advocaat.

VERLOOP DAGVAARDINGS PROCEDURE

De door of namens de advocaat van eiser opgestelde dagvaarding wordt door een deurwaarder betekend aan de gedaagde partij. Hierin staat als gezegd op welk moment en waar de gedaagde partij in het geding dient te ‘verschijnen’. De door de deurwaarder betekende dagvaarding wordt volgens door de advocaat of jurist van de eisende partij aan de rechtbank gezonden waar de procedure zal gaan lopen. De gedaagde partij dient zich op te datum waarop hij/ zij is opgeroepen te melden (‘te stellen’) bij de rechtbank of kantonrechter, waarna vervolgens op een nieuwe datum de gedaagde zijn verweer (veelal schriftelijk) kan indienen middels een zogenoemde conclusie van antwoord.

Nadat zowel de eisende als gedaagde partij schriftelijk hun zegje over de zaak hebben gedaan, wordt er in veruit de meeste zaken een zogeheten comparitie van partijen gepland. Dit is niets anders dan een zitting waar partijen dienen te verschijnen. Een comparitie van partijen wordt gebruikt om de rechter de gelegenheid te bieden aan partijen vragen te stellen, partijen een podium te geven om de standpunten (nogmaals) toe te lichten, maar vooral om te bezien of partijen nog tot een schikking kunnen komen. Na een comparitie van partijen komt er soms een tweede schriftelijke ronde (de repliek en dupliek), maar veelal komt er direct een tussenvonnis met bewijsopdracht of een eindvonnis.

KORT GEDING

Waar een procedure bij de kantonrechter of rechtbank enkele maanden of soms wel een jaar of meer tijd in beslag kan nemen, is hiervoor in sommige zaken domweg geen tijd. Hiervoor dient het kort geding uitkomst. Voorwaarde voor de partij die een kort geding wenst op te starten is dat hij/zij een spoedeisend belang heeft. Verder kan een vonnis in kort geding alleen condemnatoir zijn. Dat wil zeggen dat een partij verplicht wordt iets te doen of verboden wordt iets te doen. Het vonnis kan niet declaratoir (vaststellen van een rechtstoestand) of constitutief (in het leven roepen, wijzigen of beëindigen van een rechtstoestand) zijn, omdat slechts een voorlopig oordeel kan worden gegeven. Onder omstandigheden kan ook een (voorschot op) een geldvordering worden toegewezen. Een rechter in kort geding heet een voorzieningenrechter. Tegen een kort geding vonnis staat hoger beroep open.

HOGER BEROEP

Is één van de partijen het om welke reden dan ook niet eens met een vonnis (gewezen in een dagvaardingsprocedure of kort geding), dan bestaat er meestal de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen het gewezen vonnis bij het bevoegde gerechtshof. De termijn om in hoger beroep te gaan bedraagt drie maanden tegen een vonnis van de (bodem)rechter. Gaat het om een vonnis gewezen in kort geding, dan bedraagt deze termijn echter slechts één maand. Deze termijnen zijn harde, fatale termijnen. Het één dag te laat instellen van hoger beroep zal leiden tot niet-ontvankelijkheid. Belangrijk om nog op te merken is dat voor het instellen van hoger beroep altijd een advocaat vereist is.

ADVOCAAT PROCESRECHT

De procesadvocaten van SPRAAQ Advocaten zijn door de wol geverfd daar waar het gaan om het procesrecht. Komt u anders eens een kop koffie drinken met één van de procesadvocaten van SPRAAQ Advocaten en laat u overtuigen.

Heeft u een vraag voor ons?

Uw SPRAAQmakers

Shopping Basket
×